Een aantal keren per week kom ik in een verzorgingstehuis voor jonge mensen met dementie. De jongste bewoner is 43 jaar. Veel van deze mensen bezoek ik individueel. Maria is hier twee weken geleden komen wonen. Ze is ongeveer 60 jaar. Ik heb haar nog niet eerder gezien. De informatie die ik van de verzorging krijg, is dat mevrouw veel op bed ligt, uit Limburg komt en gefixeerd is op eten.

Als ik binnenkom. ligt Maria inderdaad op bed. Het is een bedtent die dichtgeritst kan worden. Deze opstelling wordt ingezet om mensen een gevoel van rust en veiligheid te geven. Naast Maria’s kussen ligt een felroze antilekbeker. Behalve het bed, twee stoelen en een rolkoffer is de kamer vrijwel leeg. Persoonlijke spullen zie ik niet.

Maria ligt op haar zij en kijkt me aan zonder iets te zeggen. Ik installeer de elektrische piano vlakbij het bed en volg m’n eerste impuls om het Limburgs volkslied te zingen. Het lijkt een inkoppertje voor iemand die uit het zuiden van Nederland komt. Ieder moment verwacht ik dan ook dat Maria meezingt of reageert met emotie. Ze lijkt te luisteren en kijkt me voortdurend aan, maar andere reacties zie ik niet. Na een kwartier gaat Maria’s aandacht vooral naar haar antilekbeker en kauwt zij op haar vingers. Ze draagt geen gebit en maakt tijdens haar kauwbeweging mummelende, zangerige geluiden. Haar blik raakt in zichzelf gekeerd. Hoewel ze me aankijkt, lijkt ze me niet meer te zien.

Ik blijf zoeken naar meer aansluiting en varieer mijn muziekrepertoire. Ik improviseer op de piano en zing oud Hollandse liedjes, meezingers, liedjes met een vrolijke sfeer of ingetogen. Alles haal ik uit de kast. Het enige wat gebeurt, is dat Maria me strak blijft aankijken. Maar íets maakt dat ik blijf zoeken naar meer dan alleen oogcontact.

Als laatste probeer ik het lied ‘Mag ik dan bij jou’ van Claudia de Breij. Bij de eerste regel schiet Maria overeind en gaat ze op de rand van haar bed zitten. Ze antwoordt na iedere frase met een instemmend “joa” en een knik van haar hoofd. Het hele lied zit ze er alert bij en geeft ze na iedere gezongen zin de bevestiging. We blijven elkaar aankijken, Maria met een brede glimlach.

Al zingend stel ik haar de vraag of ik een volgende keer weer zal komen. Ook nu antwoordt Maria met volmondige instemming, een glimlach en een stevige knik van haar hoofd.

Ik neem afscheid en evalueer met de verzorgenden. Als ik naar de uitgang van het gebouw loop, kom ik Maria opnieuw tegen. Ze heeft me opgewacht en blijft voor me staan. Ze kijkt me nog een keer intens aan met een zachte blik in haar ogen en zegt spontaan: “Joa, daar heb ik gewoond!”. Ik snap even niet wat ze bedoelt. Dan valt mijn mond open. Er begint me iets te dagen. Ik denk terug aan mijn eerste muzikale liedkeuze bij Maria en zeg: “Ja, daar heb jij gewoond, in Limburg. Wat is het daar prachtig”. En samen zijn we weer even terug in haar geboortestreek. Soms hebben inkoppers wat tijd nodig.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s