“Vandaag is mijn laatste kans”, zo zeg ik tegen mezelf. Het is maandagochtend, kwart voor tien, als ik de afdeling op loop. Tijd om naar Jerry te gaan. Ik bezoek hem iedere twee weken. En steeds voel ik mezelf te kort schieten. Het is alsof ik niet tot zijn ‘kernzone’ doordring. We bewegen ons in de periferie, muzikaal en emotioneel.

Jerry is een leeftijdsgenoot. Net als zijn zus heeft hij de ziekte van Huntington. Iemand vertelde me eens: “De ziekte van Huntington is één van de ergste ziektes die je kan overkomen. Het is een combinatie van Parkinson, Alzheimer, MS en ALS”. Het is inderdaad een stormachtig pakket. Wat bij Jerry het meest opvalt zijn de groteske bewegingen. In de rolstoel gaat hij soms óp zijn handen zitten om de ergste uitschieters te dempen. Zijn totale lijf is voortdurend in uitbundige actie: hoofd, romp, armen, benen. Als hij staat of ligt, zwaait alles aan hem heftig heen en weer, als een boom waarvan de takken onophoudelijk door een orkaan worden geteisterd. Hij ziet er uitgemergeld uit en eet tegen de klippen op.

Zijn muziekkeuze is net zo divers als zijn bewegingen. We zwenken van Aretha Franklin naar Bach en laten heel wat nummers de revue passeren. Ik speel ze voor hem op de piano en zing erbij. Jerry bepaalt of een lied in zijn favorieten-top 50 mag komen of niet. Met een duim omlaag, medium of omhoog maakt hij zijn oordeel kenbaar. Soms vertelt hij erbij wat hij ervan vindt. Het kost hem veel moeite om zich verstaanbaar te maken, want ook zijn mondspieren leiden een ongecoördineerd leven.

Wanneer ik een lied niet live gespeeld krijg, beluisteren we de muziek samen via een mobiele geluidsbox. Jerry is heel tevreden met de gang van zaken en kijkt elke twee weken naar me uit. Maar bij mij knaagt een gevoel van onvermogen.

Vandaag gooien we het over een andere boeg. Ik improviseer op de piano, terwijl Jerry op bed ligt. De klanken glijden zacht en soepel door de kamer. Al snel zie ik dat Jerry langzaam één voor één zijn handen op zijn borst legt. Ik kijk ademloos toe. Een paar seconden ligt hij vrijwel stil, dan komt alles weer in beweging. Iedere paar minuten keert hij in de gecentreerde houding terug, tussen de stormscenario’s in.

Na afloop zegt hij spontaan: “Rust!”. Bij doorvraag blijkt hij in zichzelf een grote verstilling te hebben gevoeld. Ik zag dit met momenten in zijn lichaamshouding terug. Ik improviseer verder op de piano en opnieuw gebeurt hetzelfde: Jerry komt tot rust, vooral van binnen en deels van buiten.

En dat geeft míj rust. Ook bij mij gaat de storm liggen na de innerlijke onvrede. Vandaag was een muzikale meditatie voor ons allebei. Volgende keer gaan we er weer voor, van buiten naar binnen. We laten de motorische windsnelheden even met grote turbulentie om ons heen razen. En keren steeds met de handen op de borst terug naar de kernzone, in het oog van de orkaan waar de storm gaat liggen en de zon schijnt. Al is het maar voor een paar seconden. Het geeft toch… rust…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s