Iedere woensdagmiddag zitten ze daar, dicht naast elkaar.

Híj brengt het kopje thee naar haar lippen, kijkt zorgzaam toe of ze een slokje neemt, dept voorzichtig de druppels die er naast vallen, sopt een koekje in de vloeistof en stopt toegewijd kleine zachte stukjes in haar mond. Hij vraagt haar of ze nog meer wil, van de thee, van het koekje.

Zíj koestert zich in zijn tederheid, laat zich alle zorgen welgevallen en geniet van zijn nabijheid. Ik krijg altijd een brok in mijn keel van hun vrijwel woordeloze samenzijn. Terwijl ik de muzikale middag verzorg zing ik zacht in mezelf: “Als liefde zoveel jaar kan duren, dan moet het echt wel liefde zijn”.

Hij bezoekt haar trouw drie keer per week. Een buurtbusje brengt hem van deur tot deur. In de zomer kon hij zes weken lang niet komen. Hij was gevallen en lag in het ziekenhuis. Een attente activiteitenbegeleidster zorgde na drie weken voor een omgekeerde route: ze bracht zijn vrouw bij hém. Als een kind zo blij was ie.

Nu heeft hij de wekelijkse bezoekdraad weer opgepakt. Deze bezoekdraden bepalen zijn leven. Net als het slangetje dat hem verbindt met zijn roltas: het komt er met een slinger uit en eindigt na een lange reis in zijn neus. “Zuurstof”, legt hij uit.

Deze middag is het ‘anders’ stil als ik de huiskamer binnenkom.

Zij zit in haar rolstoel. Haar hoofd rust voorover geleund op haar armen. Ze is diep in slaap. De slaap van Doornroosje.

Haar prins zit naast haar, zoals altijd. Het buurtbusje heeft hem weer gebracht. Een prins van deze tijd. Hij begroet me zoals altijd enthousiast en zegt dan tegen zijn vrouw naast hem: ”Kijk moeder, muziek!”.

Maar vandaag kijkt moeder niet. Haar hoofd ligt nog altijd voorover. Af en toe klinkt er een snurkje. Doornroosje slaapt.

Meneer kijkt me aan en zegt: ”Ze is de hele middag al niet wakker te krijgen”. In zijn stem klinkt een mengeling van teleurstelling en verdriet. “We zijn al meer dan vijftig jaar samen. Het is zo fijn om bij elkaar te zijn en even te kunnen babbelen”. En juist dat gebabbel mist hij zo vanmiddag. Geen kopjes thee. Geen gesopte koekjes.

Er komt nóg een man binnen. Voorzichtig zoekt hij zijn weg door de ruimte. Hij neemt plaats op een rolkruk, wiebelt wat onwennig en rijdt dan tot vlakbij de rolstoel waar zijn vrouw in ligt, slapend.

Daar zitten ze, de twee prinsen. Naast hun Doornroosjes. De twee mannen bewegen synchroon door de middag. Beiden buigen zich voorzichtig voorover naar hun maatje, in een behoefte aan contact. Beiden pakken zacht de hand van hun geliefde, in een poging tot verbinding. Ze aaien. Ze strelen. Ze fluisteren. Ze zingen mee met de muziek, met diepe stemmen. En betraande wangen. Maar ze zíjn er. En ze dragen, warm en liefdevol.

En ik draag hen, in een allesomvattende muzikale omhelzing. En zing in stilte hún serenade, de serenade van twee prinsen voor hun Doornroosjes:

“Ik hou van jou

met heel mijn hart en ziel hou ik van jou

langs zon en maan tot aan het ochtendblauw

ik hou nog steeds van jou”.

(La chanson des vieux amants)

Een gedachte over “La chanson des vieux amants

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s