Mijn opa stierf toen ik zes was. Het was Goede Vrijdag. Ik was er heilig van overtuigd dat hij na drie dagen weer op zou staan, zoals past in het magisch denken van een jong kind. Maar dat gebeurde niet. Ik kon het niet geloven en bleef nog lang wachten, hopen en vertrouwen.

Nu, bijna vijftig jaar later, vertellen ze me dat er twee bewoners op sterven liggen. Bewoners die ik elke week zie en waar ik elke week naar uitkijk. En zij naar mij. Het went nooit, zo’n bericht. En zeker niet twee tegelijk. Ik heb inmiddels geleerd om los te laten.  Maar het moment van afscheid nemen zelf, valt me nog altijd zwaar. Vooral als het onverwacht en definitief is en ik emotioneel niet heb kunnen ‘afdichten’. Het voelt onvoltooid.

Mevrouw B. kwam altijd licht gekromd met grote passen door de schuifdeur. Een dame. Haar tasje stevig tegen haar lijf geklemd. Ze pakte mijn hand in een ferme greep. Met een lichte buiging en een vriendelijke oogopslag zei ze dan hartelijk: “Ah, mijn grote vriendin!”. Na ieder lied klonk haar applaus en het welgemeende: ”Práchtig!”.

En nu zomaar opeens ligt ze op sterven. En ik sterf een beetje met haar mee. De middag verliest even zijn glans. Ik ben er, ik speel en zing, maar ik mis de bezieling in mezelf. Het wordt een uur met een rouwrandje.

Aan het einde van de middag loop ik naar haar kamer. Haar bed staat in een laatste straaltje middagzon. Ze ligt op haar rug, haar hoofd iets opzij, haar zilveren haren als een stralenkrans om haar gezicht. Ze slaapt en ademt met horten en stoten. Sinds gisteren ligt ze zo. Bij de koffie gebeurde het. “Ik moet niezen”, zei ze en opeens stond haar mond scheef.

Ver weg is ze. De verzorging heeft me gewaarschuwd dat het snel kan gaan. En dat is te zien. Het nestkastje voelt al leeg. De vogel lijkt gevlogen. Eén van haar lievelingsliedjes komt heel zacht over m’n lippen:

Love me tender, love me true
All my dreams fulfil
For my darling, I love you
And I always will

Geen waarneembare reactie. Langzaam loop ik achteruit naar de deur. Met veel moeite laat ik ons verbindingsdraadje vieren, stukje bij beetje. Het doet pijn.

Na een week ben ik er weer. Wat zal het kaal zijn zonder haar. Misschien kom ik wel in de begrafenisstoet terecht. Als ik de gang in loop, speur ik naar kaarsen, bloemen of andere tekenen van gedenken. Er staat niets. Misschien is alles al weggehaald. Ik loop naar de ruimte waar ik straks ga zingen, rits de pianohoes open, til de piano  eruit en breng de hoes naar de naastgelegen serre. Dan kijk ik opzij. Mijn blik valt op een vrouw die bij het raam zit. Ik hap naar adem en kan m’n ogen niet geloven.

Daar zit ze, “mijn grote vriendin”!

Ik vertrouw m’n eigen waarneming niet en loop vol vraag- en uitroeptekens naar een verzorgende. “Ja, niemand kan het geloven. De volgende dag was ze opgestaan, wilde alweer met een rollator op pad. Geen houden aan. Naar eigen zeggen heeft ze een griepje gehad”.

Ik loop verbouwereerd terug en kijk nog eens goed. Ze is het echt, wat meer ineengedoken, wat ijler, maar ze zit er. Heel voorzichtig, alsof het een droombeeld is dat ieder ogenblik uit elkaar kan spatten, kom ik dichterbij. Behoedzaam pak ik haar uitgestoken hand. Ze begroet me alsof er nooit iets is gebeurd. Ik zoek naar woorden en zeg stamelend: ”U bent het grootste cadeau van vandaag!”. Terwijl mevrouw haar sterfrimpel van de afgelopen week achteloos wegwuift, kom ik langzaam bij van de aardverschuiving. Net zomin als ik kon geloven dat ik afscheid van haar moest nemen, kan ik aan het idee wennen dat ze er weer is. Het afscheid was te groot, maar haar onverwachte terugkeer in het leven ook. Het cadeau is zo immens, dat ik het niet uitgepakt krijg. De emotiewisseling in mezelf krijg ik even niet geschakeld.

Als ik haar de week erna opnieuw begroet, vertel ik haar mijn blijdschap en ongeloof: “Ik heb de engelen om u heen zien zweven en nu zit u hier weer!”. Mevrouw kijkt me vrolijk aan en antwoordt: “Misschien wilden de engelen me nog niet hebben”.

Nou, maar ík des te meer en ik pak haar handen nog wat steviger vast in een behoefte aan fysieke bevestiging. Elke dag zie ik wonderen, kleine, grote. Maar op deze was ik niet bedacht. Ik vlieg terug in de tijd en herbeleef. Het wonder dat zich bij mijn opa niet voltrok, gebeurt nu wel. Na drie dagen herrees mijn grote vriendin uit de dood. Ik heb er lang op gewacht, gehoopt en vertrouwd, maar ben nu onverwacht getuige van een wederopstanding. Op m’n 53e. Pasen valt deze keer in november.

5 gedachten over “Een onverwacht cadeau

  1. Karin… Wat adembenemend mooi geschreven. We vinden het prachtig hoe jij bij de bewoners zoveel warmte laat zien en achterlaat met je persoonlijkheid en je engelenstem. Dank je wel… Jessica

    Like

  2. Grote schrik, ongeloof én blijdschap zijn schitterend verwoord ! Herken mijn tante, de dame met zilverwit haar en tasje, helemaal ! Byzonder en dankjewel !

    Like

  3. Ik las je verhaal een paar weken nadat mijn oma, mevrouw B, onverwacht toch besloot nog wat van haar koekjes, chocolaatjes, familieleden, muziek, knuffels en verhalen te genieten. Sindsdien las ik je verhaal nog vaak en telkens krijg ik weer een krop in mijn keel en rollen de tranen over mijn wangen… zo mooi hoe je haar en de situatie schildert. “Een onverwacht cadeau” voor mij en de hele familie. Dankjewel daarvoor en dankjewel om mijn oma graag te zien!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s