Zodra ik ergens een huiskamer van een verzorgingstehuis binnenga, beginnen à la minute de ontmoetingen. Vragen of impulsen van mensen wachten niet tot de piano is uitgepakt of de gitaar gestemd. In verzorgingstehuizen zijn er voortdurend dringende, hoorbare of onhoorbare noodkreten van behoeften aan contact, koestering, liefde, veiligheid, vertrouwen en erkenning.

Ik ben voor de eerste keer op de afdeling. Leonard wenkt me zodra ik de drempel over stap. Het is een nog relatief jonge man. Hij zit in zijn rolstoel op de gang en maakt een gespannen, trieste indruk. Voor zijn buik zit een stevige, transparante plexiglasplaat. Leonard maakt me met wijzende handgebaren en klanken duidelijk dat het object hem erg in de weg zit. Af en toe toetst hij een denkbeeldige code in op één van de schroeven in de hindernis voor hem. We kijken allebei hoopvol toe of de plaat losgaat, zodat niets zijn vrijheid meer in de weg staat. Er komt geen beweging in. Zijn frustratie over de belemmering is groot, bijna tastbaar.

Ik ga naast hem zitten en leg mijn hand met een uitnodigend open gebaar op de plexiglasplaat. Het is een symbolische omkering. De plaat is nu geen hindernis meer, maar een dragende constructie. Zonder aarzelen legt Leonard zijn hand in de mijne. Mijn andere hand volgt, evenals de zijne. Af en toe kijken we elkaar aan. Er wordt niets gezegd, maar er is rust en afstemming.

Ik vertel hem in een korte zin dat ik muziek ga maken. Trippelend in zijn rolstoel volgt hij me naar de ruimte waar de piano staat. Als ik begin te spelen, zie ik allerlei emoties op zijn gezicht weerspiegeld, van vreugde tot verdriet. Als ik stop, gebaart hij: doorgaan. Ik nodig hem zonder woorden uit om dichterbij te komen en schuif wat obstakels opzij. Even blijft hij vlakbij de piano zitten. Tranen rollen over zijn wangen. Hij snikt onbeheersbaar. Een diepe ontlading. Dan trippelt hij weer weg.

Een paar minuten later komt hij een aangrenzende open ruimte binnen. Hier vindt hij het gewenste perspectief: een plek waar oogcontact mogelijk is, maar ook met de afstand die hij verkiest. Hij blijft doodstil zitten en geeft me regelmatig een knipoog, als teken van verbinding en waardering.

Zijn vrouw arriveert, vraagt steeds wat hij wil, maar begrijpt tot wederzijdse wanhoop zijn antwoorden en aanwijzingen niet. Uiteindelijk besluit ze hem mee te nemen de gang op. Even later zie ik hem nog één keer in de deuropening. Hij heeft zich precies zo gepositioneerd dat ik hem kan zien tijdens het pianospelen. Hij zoekt m’n ogen, glimlacht, knipoogt en steekt vervolgens allebei zijn duimen omhoog. Zijn uitstraling is totaal veranderd. Weg zijn de frustratie en wanhoop. Hij oogt vastbesloten en strijdvaardig. Het beeld staat op mijn netvlies gebrand en blijft de dagen erna terugkomen. Wat een omkering.

Twee weken later kom ik op de afdeling en hoor ik dat Leonard overleden is. Hij is gestopt met eten en drinken en na een paar dagen gestorven. Hij wilde zo niet verder leven, heeft zijn keuze gemaakt, in volledige afstemming met zichzelf. Hij heeft zijn ontsnappingscode gevonden en ingetoetst. Geen enkel object stond zijn vrijheid meer in de weg.

Meteen is het laatste beeld van hem terug op m’n netvlies. Het is alsof hij weer in de deuropening verschijnt, glimlachend, zijn twee duimen omhoog. En daarmee is het net alsof hij me van ‘gene zijde’ nog een knipoog geeft. Bevrijd. Herboren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s