Doorwerth – Karin Blankert

De onrust is te snijden in de huiskamer. Caro, de dagbestedingscoach, reddert en schippert waar ze kan, maar steeds net achter de feiten aan. Een meneer is op bezoek bij zijn vrouw. Hij kan alleen zijn draai niet vinden en blijft zoeken naar een fijne zitplaats. Voortdurend is hij in de weer. Motorisch verloopt het nogal stroef omdat zíj in een rolstoel zit en híj moeizaam vooruit komt met een rollator. Hij trekt soms zijn voeten niet bij, waardoor hij in een steeds uitgestrektere houding komt te staan. Als een prima ballerina balanceert hij op zijn teenspitsen, zijn handen ver voor zich uit op de rollator die langzaam zijn weg vervolgt. Alle toeschouwers houden hun adem in en bereiden zich voor op een dramatische valpartij. Het gaat wonder boven wonder altijd goed, maar het schouwspel bezorgt menigeen een versnelde hartklopping. Caro probeert de meneer in één van de stoelen te begeleiden en vraagt hem dringend “om alstublieft te gaan zitten”, maar hij veert iedere keer weer op en vervolgt onvermoeibaar zijn zoektocht naar een goede landingsplaats.

Pleun zit aan tafel en reageert op de stille commotie door met haar handen op de leuningen van haar stoel te slaan, steeds sneller en steeds harder. Haar gezicht is vertrokken tot een strak masker en haar ogen hebben een wilde blik. Ze zit in een rolstoel en is niet in staat om zelfstandig aan de drukte te ontsnappen.

In de deuropening staat Riet die in een onophoudelijke stroom vertelt wat ze van “de zustertjes” vindt en “dat de papa daar niet is” en “dat de rats daar niet moet” en “dat je mag kijken om het te kunnen zien”. Ondertussen blikt ze afkeurend naar binnen. Haar mondhoeken hangen op tien over half vier.

Katrien, een rasechte Rotterdamse, staat op van haar stoel. Ze is het meer dan zat. Ze weet zeker dat er beneden mensen op haar wachten en dat die mensen nu niet weten waar ze is. Hoogste tijd om te gaan.

Caro schippert voort: ze knikt Riet vriendelijk toe, manoeuvreert de meneer in een stoel die hij na drie seconden weer verlaat, probeert Katrien met een kopje koffie te verleiden om nog even te blijven zitten en ziet met lede ogen toe hoe Pleun aan tafel het koffiemelkkannetje leegdrinkt in plaats van haar koffiekopje. Het water stijgt iedereen naar de lippen. Het is zwaar weer op deze donkere dag in december.

En dan kom ik …

Kerstliedjes zingen.

Katrien ziet me binnenkomen. “Zo’n gezellig gezicht, dan zal de rest ook wel goed zijn”. Zo verwelkomt ze me aan tafel. Terwijl ik met snoeren heen en weer loop, staat Katrien op scherp achter haar rollator, gereed om de kamer te verlaten. Dan stelt ze een cruciale vraag: ”Weten de mensen beneden eigenlijk dat ik hier ben?”. “Jazeker”, zeg ik buiten adem terwijl ik de standaard met loodzware piano erop door de ruimte versleep op zoek naar een stopcontact. “Ik heb ze net gezien en ze weten ervan” vervolg ik hijgend. “O, dan is het goed”, zegt Katrien terwijl ze weer naar haar plek aan tafel terugloopt. Caro springt er onmiddellijk op in en schenkt een kopje koffie voor haar in.

Ik zit inmiddels achter de piano, strak tussen de tafel en de muur geklemd. Geen geschuif van meubels meer nu. Met één hand neem ik het melkkannetje van Pleun over, terwijl ik zacht zeg “koud he?”. Met m’n andere hand schuif ik het koffiekopje binnen haar handbereik. “Hier is warme koffie voor u”. Pleun aanvaardt met een glimlach en drinkt genietend van haar geurende drankje. De eerste tonen klinken door de ruimte. Katrien vraagt of ik wel goed zit. “Het is een beetje krap”, antwoord ik met een serieus gezicht, “maar ik kan altijd de muur nog wat naar achteren schuiven”. Katrien kijkt me even ongelovig aan en dan schieten we allebei in de lach.

Riet is doorgelopen met de opmerking: “Deze zustertjes zijn geen echte zustertjes”. De meneer heeft zijn plek gevonden en kijkt met starende blik. Caro zet zorgzaam een glas drinken bij hem neer.

Katrien zingt zacht mee. Ze merkt dat er steeds meer woorden en zinnen terugkomen. “Die heb ik nog van mijn moeder geleerd”, vertelt ze, “mijn echte moeder. Niet mijn stiefmoeder, dat was een kreng. Nee mijn echte moeder. Ze stierf toen ik twee jaar was. Twee jaar nog maar. En toch wordt het beeld van haar nu steeds helderder”. De tranen springen in haar ogen. “Kinderachtig he”, zegt ze met een beschaamde blik. “Niet kinderachtig”, reageer ik, “ik heb ook tranen in m’n ogen. En tranen wassen schoon”.

Steeds meer woorden zingt ze mee en iedere keer komt het verhaal van haar moeder naar boven en wordt het beeld krachtiger. Een groot cadeau voor haar. “Alsof je steeds dichterbij haar komt”, zeg ik. “Ja, zo is het precies!”, antwoordt ze. En weer zingen we van het kindeke Jezus dat op aarde kwam, geen huis had en zijn kruis moest dragen. Als een weerspiegeling van Katriens verhaal. Dat voelen we en zingen we vol overgave. Maar ook dat hij ons allen een zalig nieuw jaar wenst.

Er was geen plek in de herberg voor Jezus en de kleine Katrien. Toch voelt het nu als een thuiskomst. Is dat ook niet de betekenis van Kerst? Thuiskomen in jezelf? De plek waar je veiligheid en rust vindt. Waar je volledig jezelf kunt zijn. Waar je steeds meer heel wordt. Waar je welkom bent. Altijd.

Welkom thuis, lieve grote, kleine Katrien.

4 gedachten over “Welkom thuis

  1. Wat een prachtig verhaal, Karin. Zo krijg je een heel mooi beeld van wat jouw inbreng kan bewerkstelligen. Mooi werk zeg! Fijne Kerstdagen voor jou en jouw geliefden!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s