Soms hoor ik in de loop der tijd brokjes nieuwe informatie over een bewoner. Het werpt vaak een ander licht op iemands verhaal en gedragingen. Zo ook in het geval van Maria, de mevrouw van ‘Inkoppertje’.

Wat de afgelopen weken steeds meer opvalt bij Maria, zijn haar bewegingen. Deze concentreren zich rondom sabbelen op haar wijsvinger afgewisseld met een wiebeling van haar heupen met de handen tussen haar benen. Tijdens deze bewegingen raakt ze in een soort trance. Op zulke momenten krijg ik op geen enkele manier contact met haar. Minutenlang is ze volledig in zichzelf gekeerd, vaak zelfs een kwartier of langer. Soms verlopen ontmoetingen als vanzelf. Soms is het een zoektocht om met iemand in verbinding te komen.

In Maria’s kamer hangen inmiddels verschillende collages met foto’s. Ik kijk er aandachtig naar als ik binnenkom en zie haar ouders, Maria zelf in Carnavals-outfit, haar kinderen en kleinkinderen. Zo ervaar ik een glimp van haar levensverhaal, haar historie, en misschien een ingang tot contact. Een verzorgende vertelt me dat Maria in het verleden te maken heeft gehad met seksueel misbruik. Opeens beginnen er kwartjes te vallen. Zo kan ik me voorstellen dat er een link is tussen dit trauma uit het verleden en haar huidige repeterende bewegingspatronen. En zo kan ik me nog iets anders voorstellen. Wat zal haar behoefte aan veiligheid groot zijn, nee essentieel … van levensbelang.

Terugkijkend herinner ik me iets uit de begintijd dat ik Maria bezocht: haar alerte houding. Ze hield extreem goed in de gaten wat er in haar omgeving gebeurde: wie komt er binnen, wat gaat ie doen, hoe dichtbij komt ie, wat heeft ie in z’n handen? Haar ogen sperden zich wijd open bij nadering van iemand en bij geluiden die niet meteen te plaatsen waren, hoe zacht ook.

Om voorspelbaarheid en daardoor een veilige structuur te bieden begon ik al na korte tijd ieder bezoek met hetzelfde geïmproviseerde liedje, waarin ik zong hoe fijn ik het vond om haar weer te zien. Dan volgde het Limburgs volkslied en haar favoriet “Mag ik dan bij jou” waarop ze steevast knikkend en verbaal bevestigend reageerde. Zo ontstond een eerste voorzichtige vertrouwensband.

De laatste maanden is Maria steeds meer verstild. Soms was ze zo diep in slaap dat ze niet eens merkte dat ik binnenkwam. Was ze wel wakker, dan bracht instrumentale improvisatie op de piano haar volledig tot ontspanning. Regelmatig viel ze in foetushouding in slaap. Eerst waren haar ogen nog gericht op mijn gezicht met een vaste blik die niet losliet. Totdat de klanken haar in slaap wiegden en haar oogleden beetje bij beetje dichtvielen.

Vandaag kijk ik bij binnenkomst weer naar de foto’s aan de muur. Ik speur naar details, gezichtsuitdrukkingen. Het lijkt een dag als alle andere. Maria ligt met gesloten ogen op haar zij. Maar deze dag gebeurt er iets heel bijzonders. Ik installeer me met de gitaar naast de opengeritste bedtent. Maria’s handen vinden de plek tussen haar benen en ze begint te wiebelen. Het is inmiddels een vertrouwd beeld. Ik besluit impulsief om de inhoud van mijn bezoek deze keer over een totaal andere boeg te gooien. Ik stop de muziek … en Maria stopt met wiebelen.

We kijken elkaar aan. Heel langzaam beweeg ik mijn hoofd opzij, zodanig dat een strook van de bedtent ons oogcontact belemmert. Ik wacht een paar seconden. We zien elkaar niet. Dan buig ik mijn hoofd nog verder opzij. Nu vinden onze ogen elkaar weer, weliswaar een beetje omfloerst door het raster van het gaasgedeelte, maar ik zie Maria en zij ziet mij. Ik beweeg weer terug naar het dichte textiel en verbreek opnieuw het oogcontact. Dan gaat mijn hoofd weer naar het gaas. Een subtiel kiekeboe-spel ontstaat.

Na een tijdje breid ik de beweging uit naar twee kanten van de strook die ons onzichtbaar maakt voor elkaar. We volgen elkaar van links naar rechts en van rechts naar links. Steeds tasten we wederzijds af “Is ze er nog?”. En iedere keer worden we bevestigd in elkaars aanwezigheid. Het is een spel wat in de kindertijd voor groot plezier en gezonde spanning zorgt. Het is daarnaast ook een spel waardoor een kind leert beseffen dat mama (of iemand anders of een voorwerp) er nog is, ook al is ze even onzichtbaar. Zo leert een kind er spelenderwijs op te vertrouwen dat mama altijd weer terugkomt.

Ik eindig mijn hoofdbeweging op de plek waar ik begon. De gitaar ligt ongebruikt op mijn schoot. Er gaan minuten voorbij, in stilte. Nu laat ik de regie bij Maria. Begint ze opnieuw met het kiekeboe-spel? Of keert de wiebelbeweging terug? Verliest ze haar interesse? Valt ze misschien in slaap? Of…? Dan gebeurt er iets onverwachts: Maria komt met haar hoofd naar voren, steeds dichter naar de plek waar ik zit. Heel voorzichtig legt ze haar wang tegen mijn knie, als een poesje dat een koppie geeft. Dan trekt ze haar hoofd weer terug. Ik leg de gitaar opzij en wacht rustig af.

Opnieuw beweegt Maria haar hoofd naar me toe. Weer krijg ik ‘een koppie’. Bij de derde keer dat Maria een toenaderingspoging waagt, leg ik mijn handen op mijn schoot, de palmen naar boven gericht als een geopende Sint-Jakobsschelp. Maria ziet het en … legt haar hoofd in m’n klaarliggende handen. Dan beweegt ze weer naar achteren. Steeds opnieuw legt ze vol vertrouwen haar hoofd in mijn schelpvormige handen. Tot ze haar hoofd laat liggen, minutenlang, in volledige stilte en rust. Heel behoedzaam vouwen mijn vingers zich om haar gezicht en aaien mijn duimen over haar zachte wangen. Ik zie haar… en koester haar… een klein meisje dat opnieuw vertrouwen krijgt in de wereld. Stukje bij beetje, langzaam groeiend zoals een parel in een schelp en een baby in een moederschoot. Het is als een wedergeboorte, precies waar een schelp in het Christendom symbool voor staat.

Later die week lees ik dat de Sint-Jakobsschelp, ook wel ‘de grote mantel’ genoemd, in vroeger tijden als bescherming diende voor pelgrims op weg naar Santiago de Compostella, om gevrijwaard te blijven van aanvallen door belagers en struikrovers. Er gold een erecode om de dragers van deze schelp met rust te laten en hen van een veilige doortocht naar hun bedevaartsoord te verzekeren. Wat had Maria deze mantelschelp in haar jeugd goed kunnen gebruiken, toen de erecode van haar kind-zijn meermalen geschonden werd. Je krijgt de Sint-Jakobsschelp alsnog Maria, opdat hij met terugwerkende kracht zijn helende werking kan doen en jou laat voelen dat je beschermd wordt door de mantel der liefde. Hier en nu. Iedere week opnieuw als je wilt.

Een gedachte over “Geschonden erecode

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s