Al wekenlang hebben we nat, koud en onstuimig weer. Het is eind mei. Buiten regent het pijpenstelen.

Tiny zit stil aan een tafel naast een verzorgende die aan het rapporteren is. Een tijd lang had ze een batch op haar borst. Eerst schonk ik er geen aandacht aan. Tot ik eens wat beter keek en las wat er op het kaartje stond: Mijn vriendin. Hoe treffend! Precies wat ze is. Goedlachs. Een vriendin van velen. Altijd een helpende hand toestekend. De was opvouwen, bestek sorteren, bloemen schikken. Haar man kon er geen waardering voor opbrengen. Klein leek ze vergeleken bij hem. Ze oogde opgelucht toen hij overleed.

En nu wordt ze fysiek ook steeds kleiner. Iedere week levert ze een paar grammetjes in. Kanker mergelt haar langzaam uit. Ze verging van de pijn in de rug. Die is met medicatie in de doofpot gestopt.

Elke week luistert en zingt ze mee met de muziek. En als altijd hoor ik tussen de bedrijven door: “Kawai”. Ze leest graag wat ze ziet. Als ik er ben, is dat het merk van de piano. Ongeacht welke muziek er klinkt of waar we in een muziekstuk zijn. “Kawai”, hoor ik zacht. “Ja, Tiny, dat klopt helemaal!”, bevestig ik haar.

De afgelopen twee dagen kreeg de verzorging geen contact meer met haar. Ze liep rond maar was onbereikbaar. Nu komt ze zonder op of om te kijken de muziekruimte binnen. Ze koerst rechtdoor naar een lege stoel. Dan hoort ze mijn begroeting. “Dag … Tiny”. Ze kijkt opzij, herkent en glimlacht. “O, dag”, antwoordt ze. Het is een beginnetje.

Vandaag is er muziek rondom Pinksteren: elkaar verstaan, ook al spreek je misschien een andere taal. Of praat je met een andere frequentie. Wat lastig is, als je elkaar wilt verstaan.

Er staat van alles op het muziekmenu: Zweeds, Sloveens, Frans, Duits, Kawai natuurlijk, Indonesisch, Zuid-Afrikaans en Italiaans. O sole mio. Mijn zon. Tiny zingt zachtjes de melodie mee. En een klein beetje de tekst.

Als ik haar na afloop vertel, hoe fijn het was om samen te zingen, zegt ze: “En zo is het”. Op de vraag of ze het nog eens wil zingen, maar dan alléén, knikt ze.

Ik zet het refrein in. En solo zingt ze ‘O sole mio’. Duidelijk en zonder blikken of blozen. Ze kijkt strak naar de Kawai. Alsof die haar houvast geeft. Een anker. Een vriendin. Tiny en Kawai. Ze krijgt een welgemeend applaus van de medebewoners die haarfijn aanvoelen hoe groots het is wat hier gebeurt. Bij Tiny breekt langzaam een lach door op het gezicht. En tranen bij de verzorgende die vol toewijding luistert en beseft dat het misschien wel de laatste keer is dat deze kleine vrouw haar lied zingt.

Het is mei. Buiten regent het nog altijd pijpenstelen, maar binnen schijnt opeens volop de zon. O sole mio. En iedereen verstaat het.

2 gedachten over “Solo sole mio

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s