‘Het centrale idee van relativiteitstheorie is dat de wetten van de mechanica, of de natuurkunde in het algemeen, niet afhankelijk mogen zijn van de snelheid die een waarnemer heeft ten opzichte van andere waarnemers’ (aldus Wikipedia).

Afgelopen week kwam de relativiteitstheorie van Albert Einstein voor mij in een heel ander daglicht te staan. Dat de theorie ooit gestaafd zou worden tijdens een gesprek in een verzorgingstehuis, had ik nooit kunnen bedenken.

Annie schuifelt de ruimte binnen waar ik piano speel. Met voorzichtige passen en een onzekere uitdrukking op haar gezicht loopt ze naar me toe. Ik gebaar naar de stoel schuin achter me. Mevrouw vraagt: ”Mag dat?”. Ik knik vriendelijk en mevrouw neemt plaats.

Op haar afdeling in het verzorgingstehuis wordt ze met regelmaat fel bekritiseerd door een mevrouw die haar territorium in het gangenstelsel bewaakt. In de huiskamer, uit het zicht van haar belaagster, kan Annie rustig zitten en genieten van de muziek. Op haar gezicht komt langzaam een ontspannen, gelukzalige glimlach.

In een impuls buig ik me naar haar toe en vertel haar dat ik haar een fijne en bijzondere vrouw vind.

“Oh”, reageert ze meteen bescheiden, “ik ben maar heel gewoon hoor!”.

En direct erachter aan volgt: “Maar ik ben wel bijna jarig. Op 26 januari!”.

Het is 10 juli, maar meteen zeg ik enthousiast: ”Oh, maar dan is het de hoogste tijd om u toe te zingen”.

Bij de eerste tonen van het ‘Lang zal ze leve’ begint iedereen in de huiskamer mee te zingen: bewoners, een dochter die bij haar vader op bezoek is, een vrijwilligster. Annie zelf zingt ook uit volle borst mee en glundert.

“Ik was afgelopen week ook jarig”, vertrouw ik haar na afloop van het lied toe.

“O, ben je óók in januari jarig?”, zegt Annie blij verrast.

“Ja, de vijfde!”, beaam ik.

Weliswaar de vijfde van juli, maar ach… dat is ook maar relatief. Het blij verraste gezicht van Annie wint het vandaag glansrijk van de precisie van mijn absolute geboortedatum.

En opnieuw galmt het verjaardagslied door de huiskamer. Weer zingt iedereen toegewijd mee.

Dan vraagt de dochter aan een andere bewoonster: ”Wanneer bent u eigenlijk jarig?”.

Waarop de bewoonster antwoordt: ”O, pas in januari, dat duurt nog zo lang”.

“Ja, inderdaad”, knikken we allemaal, “dat dat duurt nog heel lang”.